DE REDACTIE LOEIT: UIER 6

//////

KOMKOMMERTIJD

Want ook nu kan u blijven rekenen op de redactie.


01. INTRODUCTIE
'KOMKOMMERTIJD'

Laura Vander Mijnsbrugge



Komkommertijd.
Een all-you-can-eat vegetarisch buffet aan de Reep (neen, we krijgen hier geen commissie voor), of volgens de Van Dale: kom·kom·mer·tijd (de; m) slappe tijd (in de journalistiek), m.n. in augustus.

Kwamkwammertijd.
Twee definities die het redactieteam graag even aan de kant wilt schuiven. De slijmerige groene inhoud van de komkommer wordt pittiger dan ooit voor u geserveerd. Het groene wordt grotesk. Moeder Natuur passeert de revue in deze maart-uier. Gaande van de dagdagelijkse beslommeringen die zich afspelen in de voor- en achtertuinen van de Vlaming -Ja, ik heb daar niks op tegen zé, maar ik heb dat nu liever niet naast ons in den hof-, tot het grotere maatschappelijke debat.

Natuur heeft voeten in de aarde in de architectuurcultuur en -praktijk. Ze schiet wortel in het hedendaagse architectuurdebat. Van het 19e-eeuwse denkbeeld dat architectuur en cultuur tegengesteld zijn aan elkaar; is allang geen sprake meer: de stad zoekt zijn weg naar een ecologische manier van samenleven, groene sauzen doorspekken renders, de klimaatcrisis laat de filosofische literatuur niet langer koud… Groen is niet het sopperige komkommersap. Groen is polemisch, actueel, urgent. Groen is hip en verkoopt.

Hopelijk leest het even vlot,
veel leesplezier!



03.1 ‘petite histoire des images de putes’

Véronique Patteeuw



Het staat in de sterren geschreven. Een beetje verleiding is niet vreemd aan het architectenbestaan. Le Corbusier wist dat maar al te goed. De foto’s die hij publiceerde van zijn Villa Savoye verleidden potentiële klanten met wat brood, een koffiepot, een vis of zonnebril. Het bourgeois wonen werd er met enkele props en veel architectuur in scène gezet. Zijn Villa Schwob publiceerde hij in L’Esprit Nouveau. Het ging nog een stap verder. Muren werden opgesmukt, de context werd verwijderd. Zijn moderne architectuur werd er gepresenteerd als het universele decor voor de moderne bewoner. Opmerkelijk, Corbu verwijderde elke vorm van groen: planten, bomen, bloemen en gras werden systematisch weggelaten of niet gerepresenteerd. De individuele woning, als autonoom en singulier object werd losgekoppeld van zijn werkelijkheid. Corbu’s ‘images de putes’ werkten: ze verleidden potentiële klanten tot nieuwe opdrachten. A star was born.

Dat beelden je een sterrenstatus geven, hadden de architecten van Archigram en Superstudio evengoed begrepen. Ze gebruikten handmatige collagetechnieken om hun uitgevonden projecten kracht bij te zetten. Sterker nog, het zijn vaak de verleidelijke beelden van hun Instant City, Plug-in City, Supersurface of Continue Monument die in het collectieve geheugen blijven hangen. Menig architectuurafficianado kijkt vandaag met enige nostalgie naar deze tendensieuze beelden. De natuur – in al haar diversiteit – is niet langer afwezig in de verbeelding van de radicale architecten: ze wordt aanwezig gesteld, zij het in de marges van het project: in de woestijnlandschappen waarin de Walking City zich langzaam voortbeweegt, in de Zwitserse alpenweide waarin het Continue Monument statig pronkt of in het uitgespaarde vierkant in Superstudio’s Supersurface waarop een hippiefamilie vrolijk picknickt. De natuur als een setting waarin de radicale architectuur haar bestaansrecht opeist.

Het wordt echter spannend als we naar het werk van Jean Renaudie bekijken. De Franse architect, misschien wel één van de meest interessante van de afgelopen vijftig jaar, brengt stedelijkheid én groen binnenin de twee wooncomplexen in Ivry-sur-Seine bij Parijs en in Givors bij Lyon. Ze belichamen niet alleen een stedelijke dichtheid met sociale heterogeniteit, het stedelijke leven wordt er op een veelvoud aan verdiepingen georganiseerd, waarbij publiek en privé, stedelijk artefact en landschap zich bewust afwisselen. Renaudie had slechts een handvol beelden nodig om zijn project te realiseren. Het groen is er werkelijk aanwezig. Tussen architectuur en stad. Tussen het wonen en bewonen.

Sinds de jolige jaren negentig is de natuur radicaal en onomkeerbaar binnengedrongen in de representaties van menig architect. MVRDV stapelde artificiële landschappen in hun Hannover paviljoen en zette zelfs windmolens op het dak. Stefano Boeri overtuigde vriend en vijand om een toren neer te poten in Milaan op de plaats waar een unieke natuurzone bestond, door het bestaande bos in zijn Bosco Verticale binnen te brengen. Maar net zoals de bomen in MVRDV’s paviljoen, stellen die van Boeri niet al te veel voor. Ze missen de ontegensprekelijke kwaliteit die Renaudi in Ivry wist te verwezenlijken en zijn niet meer dan een opsmuk, een verkoopsstrategie, een logo, een brand, een antwoord op een voortdurende drang naar groen. Toppunt in deze greenwashing affaire is ongetwijfeld de wedstrijd Réinventer Paris ; een oproep voor innovatieve stadsprojecten, gelanceerd in 2014 voor ontwikkelaars, investeerders en ontwerpers, voor 23 sites in Parijs. De winnaars die begin 2016 werden aangeduid, konden de grond van de 23 sites kopen of huren om hun projecten ook daadwerkelijk uit te voeren en bij te dragen aan het ‘stedelijk experiment’ van de privatisering van gebouwen die tot voor kort in publieke handen waren. Alle architecten die meedongen naar een hapje uit de taart van Réinventer Paris besprenkelden hun projecten met groene slierten: groene spaghetti op het dak, groene ballonnen op de balkons, groene uitstulpende gevels rondomrond en groene waterpartijen tussen de gebouwen in. Groen was én is het modewoord. Als er verleid moet worden, moet de architect niet langer in het traditionele zwart gekleed zijn, noch moderne witte villa’s maken : hij/zij moet groen roepen, groen ademen, groen eten en vooral groen centraal stellen in de vele representaties van zijn/haar projecten. Zonder groen, geen hap uit de taart. In Vlaanderen, blijven we niet gespaard van deze affaire. De architectuurbeelden zijn hier misschien wat minder afgelikt en wat minder pretentieus, maar de vele collages die we de voorbije vijftien jaar her en der zagen verschijnen, geven het groen een centrale plek. Denk maar aan de vele representaties gebaseerd op schilderijen van Magritte, Hopper of Le Douanier Rousseau, waarin een zekere (Vlaamse!?) wildernis een absolute aanwezigheid opeist. De architectuur staat parmantig in een hoekje, is verdrongen naar de rand of fungeert als een stille getuige in de achtergrond van het beeld. Voorin verleiden bladeren, palmbomen, bananenplanten en af en toe een verdwaalde tijger publieke en private opdrachtgevers. Of er ook daadwerkelijk iets met dat groen wordt gedaan, blijft natuurlijk de vraag. In tijden van ontharding, zou het mooi zijn die ‘images de putes’ eens echt au serieux te nemen.

04.2 RECENSIECLUB


1. PODCAST

Scaffold Podcast – Matthew Blunderfield

'Scaffold Podcast' is een podcast die elke week een andere architect, kunstenaar of designer aan het woord laat. Elke uitzending bestaat uit een lang gesprek tussen Blunderfield en de gast. Tijdens hun conversatie wordt het werk van de spreker besproken, maar ook vooral de invloeden die geleid hebben tot hun werk.

Eén van de recente interviews was met Natsai Audrey Chieza, founding director van Faber Futures. In haar interview bespreekt ze hoe Faber Futures werkt op de intersectie tussen natuur, technologie en maatschappij. Er wordt dieper ingegaan op haar werk met textiel en de techniek die ze creëerde om textiel te kleuren via micro-organismen.

Ook andere namen zoals Tom Emerson en Stephen Bates komen aanbod. In het interview met Bates, bespreekt hij de rol van een architect. Voor hem doet een architect meer dan enkel gebouwen ontwerpen. Dit idee vertaalt hij ook samen met zijn partner Jonathan Sergison in hun bureau Sergison Bates. Hij haalt invloeden aan van Team X, nieuw brutalisme en ook de Smithsons die hen leidden tot het idee van een architect, ook als professor en schrijver.

Elke week dus opnieuw een nieuwe insteek van de meest uiteenlopende mensen over design, architectuur en kunst. In een tijd van mediasensatie en clickbait journalistiek, geeft Blunderfield een diepgaander, complexer beeld van het hedendaagse ontwerpen.



2. PERSOON

Bruno Latour

Bruno Latour, franse filosoof en socioloog, de hot man over de klimaatdiscussies, de ‘no man but person’ die kritisch schrijft over onze ‘moderniteit’ (dat we nooit modern zijn geweest op de manier die we dachten), de human die bekend is omwille van zijn kritiek langs verscheidene domeinen op de wereld en hij die boeken schrijft die een politieke oriëntatie in het ‘Nieuwe Klimaat’-regime vormen.

Face à Gaïa: te dik, te ingewikkeld, te complex, zelfs filosofen kunnen dit boek maar niet analyseren. Down to earth: dunner, krachtiger, beter begrijpbaar en giga interessant! Quote: “The world is not a solid continent of facts sprinkled by a few lakes of uncertainties, but a vast ocean of uncertainties speckled by a few islands of calibrated and stabilized forms” Tip: aanrader in het Engels (Bruno is een fransman die schrijft in het Engels!)



3. ALBUM

JOSHUA – French 79

Je honger naar Franse synthpop zal eindelijk gestild worden. Simon Henner voegde met JOSHUA 13 parels toe aan zijn oeuvre. Je kent hem misschien als de gitarist van Kid Francescoli, maar hij heeft ook een solo-project: French 79 waar hij zelf achter de synths kruipt.

Nummers zoals Code Zero of Quartz laten zeer duidelijk horen hoe beheerst en tactvol alles geproduced is. Op By Your Side en Touch The Stars kan je dan weer de stem van Sarah Rebecca terughoren, zij is ook al te horen op het debuutalbum Olympic. De rest van het album is daarentegen nagenoeg volledig instrumentaal.

Elk nummer heeft zijn eigen identiteit met als gemeenschappelijke deler de synthesizer. Samen zetten ze het diverse karakter van het instrument extra in de verf.

02. DE KOE LEEST DE KRANT

Benoît Vandevoort


“Fietsen door de Bomen wint goud in Los Angeles” uit De Standaard, 29 januari 2020


Met een historische Oscar voor Parasite op 10 februari is het jaarlijkse award season in Hollywood weer afgsloten. Filmdiva’s, popsterren en blitse regisseurs passeerden de revue. Wellicht minder bekend zijn de International Design Awards in Los Angeles, die dit jaar al aan haar veertiende editie toe was en waar in maar liefst 23 architectuurcategoriën felbegeerde gouden beeldjes werden uitgereikt. Het Belgische project Fietsen door de bomen ging met het beeldje naar huis in de categorie Arches, bridges, viaducts and gateways. Een nogal vage categorie, waarin ze het moesten opnemen tegen twee geduchte tegenstanders: enerzijds een slangwerpige voetgangerbrug van Cordogan Clark & Associates Architects die Chicago’s Lake Shore Drive overbrugt en anderzijds een nieuwe terminal voor de drukste luchthaven van Oezbekistan, Tashkent, getekend door Pinar Ilki en Dicle Demircioglu. Namen die niet bepaald klinken als filmsterren, dus het hoeft niet te verbazen dat we de aanvaardingsspeech van BuroLandschap of De Gregorio & Partners niet terugvonden in dezelfde youtubespiraal waarin Joaquin Phoenix en Billie Eilish onafgebroken zeer vereerd en dankbaar zijn tot ze door het orkest worden uitgespeeld. Igor Philtjens, gedeputeerde voor toerisme van de provincie Limburg, vulde die leegte dan maar op door in verschillende artikels in Vlaamse kranten te wijzen op het innovatieve fietsbeleid dat de provincie typeert. Het lijkt moeilijk de man serieus nemen die het het woord Limbruggen in zijn conceptnota van de toekomstige provincie heeft opgenomen, maar er is iets van aan. Fietsen door de heide en Fietsen door de ondergrond zijn op komst, en de natte pionier van de reeks, Fietsen door het water, schopte het in 2018 als enige Belgische plek tot één van de 100 greatest places in TIME magazine.

We zeggen het gewoon: Limburg is hip, en maakt infrastructuur voor een breed publiek. Dat lijkt ook de boodschap van haar viertalige website visitlimburg.be, de spreekbuis voor het toerismebeleid dat gretig uitpakt met deze nieuw overgevlogen award. Al levert een korte zoektocht naar architectuur daar verbazend weinig op. Zo bijvoorbeeld geen vermelding voor het ontwerp van 51N4E wanneer we zoeken naar C-Mine, of voor Gijs Van Vaerenbergh’s labyrint dat er net voor ligt. Wél meteen informatie over een vorige-eeuwse mijnkathedraal van Henri Lacoste en het dichtstbijzijnde – hoe kan het ook anders – fietsverhuurpunt. Wie zoekt naar het vernieuwde, door Francesca Torzo gerenoveerde Z33 dat nog maar op 14 maart dit jaar de deuren opende, is er eveneens aan voor de moeite. De zoekterm ‘architectuur’ -akkoord, niet de meeste geïnspireerde zoektocht- levert enkel die doorkijkkerk in Borgloon op, terwijl we hier toch ook een ontwerp van Zwitserse starchitect Mario Botta hadden verwacht. Is het zo dat de publieke, hedendaagse architectuur die ons wordt gepresenteerd in jaarboeken of architectuurmagazines niet spreekt tot hetzelfde publiek dat vrolijk door de bomen fietst? Dat lijkt op zijn zachtst gezegd elitair, maar waarom vindt het dan geen bijval op dezelfde toerismewebsite? De aangestampte uitkijktoren in Negenoord, een ontwerp van De Gouden Liniaal in samenwerking met BC, lijkt te bieden waar een zondags trappel-en-kuierpubliek naar op zoek is, maar meer dan ‘free wifi’ en ‘buggy friendly’ wil de website daar niet over kwijt. Jammer voor al die architectuurstudenten die op zoek zijn naar een weekendactiviteit.

Als Limburg zich wil profileren als een vooruitstrevende provincie, lijkt wat een remake zou kunnen zijn van het Deense EFFEKT niet het juiste project om dat te doen, zeker niet overwegende de tientallen interessante projecten die Limburg rijk is. Of klinkt een prijs uit filmstad Los Angeles zo glamoureus dat niemand de moeite heeft genomen om eens na te gaan wie die eigenlijk uitreikt?

03.2 PARKEN IN TIJDEN VAN EEN BESTAANSCRISIS

Febe Vermeulen



Wanneer het niet goed gaat met de stad, is het vaak aan de parken om te delen in de kritiek. Hun bestaansreden wordt in vraag gesteld en uiteindelijk blijkt telkens dat ze toch nuttig zijn voor een waaier aan noodzakelijke elementen waaronder bijvoorbeeld licht, lucht en beleving. Tegenwoordig is dat niet anders: ‘parken moeten veilig zijn’ of ‘parken moeten verbinden’ zijn courante uitspraken. Dit blijkt echter in de praktijk gereduceerd te worden naar minder struiken en nog minder openlucht-barbecues.

Het gaat over Antwerpen en haar groenbeleid. Van de daken wordt geschreeuwd dat het stadsbestuur wil inzetten op waterhuishouding en hitteweerstand. Hoewel parken geen argwaan meer opwekken voor hun bestaansreden wordt hun impact op de omgeving nog steeds genegeerd. Parken moeten ventileren, moeten vrije tijd huishouden, moeten diversiteit in stand houden en verhogen de waarde van de bebouwing rondom. In de realiteit blijken ze minder in trek voor ontwikkelaars dan gestapelde appartementen en laat dat nu juist het probleem zijn. Als voorbeeld: het Eilandje, een volledig nieuwe wijk zonder groen. Park Spoor Noord ligt in de buurt, maar die groenvlakte doet dienst als park van vele buurten... We streven naar een diverser en groener straatbeeld maar als dit zelfs niet wordt gerealiseerd in hedendaagse grootschalige stadsvernieuwingsprojecten, waar dan wel?

In het groenplan van Antwerpen staan concrete doelstellingen zoals klimaatondersteunend groen of duurzame ontwikkeling. Hoewel de binnenstad van Antwerpen slechts mager bezaaid is met groen, vrijwaart vooral begroeiing van stroken naast de autosnelweg de stad van de plicht om nieuwe parken aan te leggen. De restruimte waar niemand kan of wil wonen wordt gekleurd als tweederangsparken. De vraag naar biodiversiteit en waterhuishouding wordt vooral opgelost in deze onverharde bermen naast de ring die Antwerpen doorsnijdt. Zelfs Ringland, het meest grootschalige parkproject dat de afgelopen jaren door Antwerpen raasde, is een groenzone die wordt veroorzaakt door misplaatst autoverkeer.

De meest frappante in het groenplan zijn echter de eerste twee van de vier ‘basisambities’ die de stad zichzelf oplegt, namelijk ‘beleefbaar en avontuurlijk groen of gezellige rust’. Groen op de bermen van een autosnelweg lijkt alleszins niet beleefbaar, laat staan rustig. Het wordt tijd dat een groenplan ruimte maakt voor parken en het natuur een eerlijke kans geeft.

04.1 OVER HET PARADIJS

Thibault De Smet



1. HUISJE, TUINTJE, KINDJE

“ 8 Ook maakte de Heer God een tuin in Eden, in het Oosten. Daar zette Hij de mens neer die Hij had gemaakt. 9 Ook zorgde de Heer God ervoor dat daar allerlei bomen groeiden. Prachtige bomen met heerlijke vruchten. Midden in de tuin stonden de boom van eeuwig leven en de boom van kennis van goed en kwaad.”

Het paradijs, daar waar mens en dier in vrede samenleven, daar waar planten het niet erg vinden als hun vruchten opgegeten worden, daar waar het warm is, daar waar enkel een vijgenblad mensen warm houdt, kortom: daar waar harmonie bestaat. Maar nadat Eva op aansturen van de slang at van de verboden vrucht aan de boom van kennis van goed en kwaad, had God geen genade. De mens werd verbannen uit het Aards Paradijs naar de plaats waar we nu leven: de wereld. Kennis en harmonie gaan niet hand in hand. Een constante in het leven van wij, stervelingen, is nu echter wel de drang naar vrede en harmonie. We hebben het immers reeds meegemaakt. We weten hoe vredig het is. Maar goed, utopieën zijn er om nagestreefd te worden, niet om bereikt te worden. Pairidaēza is de Perzische variant op en voorvader van ons woord ‘paradijs’. Het betekent omwalling, ronde omheining, het omheinde – hoofdzakelijk doelend op een omheind park, een omheinde tuin. Een pairidaēza baadt in weelde, zoete vruchten en honing; maar het is omheind. Hoe geruststellend! Natuur wordt hier helemaal bemeesterd door de mens. Ze wordt geschapen naar diens orde: de juiste planten worden gekozen, de geur en kleur van blad en bloem, hier en daar wat gras, overvloed, rijkdom, eventueel een beekje, en een muur. Het plaatje is af. Een vast en benadrukt kader waarbinnen, dankzij de compositorische vaardigheden van de mens, harmonie heerst. De mens heeft macht en is tegelijk beschermd, hij voelt zich rustig.

Op dezelfde manier is de Vlaming content als zijn tuin mooi in orde is. Het gras gemaaid, het mos van tussen de tegels gehaald, de grasboorden geknipt, de haag gesnoeid, de appels geraapt, het onkruid gewied, de planten gesproeid, de vijgen geplukt, het plankier geschrobd, de kiezelsteentjes terug op het pad geveegd, de molshopen bestreden, de muizenvallen gezet, de mierennesten bespoten, de wespen verjaagd of vermoord en de rode pinnenmuts lachend naar het terras gedraaid, voor als er volk komt. De mens is oprecht gelukkig indien hij in zijn veilige cocon van ommuurde menselijkheid kan zitten, inclusief een stralende zon en een zoon die voetbalt in de tuin. Een oase van beheersbaarheid, een oase van architectuur. Pure controle, pure harmonie. Thuiskomen doet altijd deugd. En op de zevende dag was er rust.

2. EULOGY TO PLANTS

Blijkbaar is het normaal dat het gras gemaaid wordt, takken gesnoeid en appels geplukt. Ik vind dat we iets meer respect mogen hebben voor planten. Dit disrespect heeft grotendeels te maken met de grotere afstand die we hebben tot planten dan bijvoorbeeld tot dieren. Het is namelijk de mate van gelijkenis die we met zaken in onze omgeving hebben, die bepaalt hoezeer we hen respecteren. En wij als mensheid zetten veel in om dergelijke gelijkenissen te onderzoeken. Kunnen dieren denken? Heeft mijn kat ook stress? Of de vraag welke organismen pijn kunnen lijden. Die structureert onder meer ons eetpatroon, zeker ook dat van sommige vegetariërs – want ja, planten hebben immers geen centraal zenuwstelsel en kunnen dus geen pijn voelen. Hierdoor is het natuurlijk veel immoreler om dieren te eten in plaats van planten! Hoe antropocentrisch kan een gedachte zijn? Hoe peisvol alternatieve houdingen zoals vegetarisme, veganisme of zelfs fruitarisme ook worden voorgesteld, toch stoelen ze op een even dominante blik op onze omgeving. Het rangschikken van verschillende soorten is extreem gevaarlijk en antropocentrisch, net omdat wij, niet willekeurig maar wel met gelijkenis of eventuele schade aan de mensheid als maatstaven, de criteria kiezen, zoals ‘pijn’, ‘impact op het milieu’ of ‘hoeveelheid geproduceerde CO2’. We zijn antropocentrisch, maar we beseffen het niet, of erger: we ontkennen het. En trouwens: planten zijn wezens die kunnen (over)leven zonder te bewegen. Maakt dat hen nu echt minderwaardig?